ECLI:NL:RBDHA:2026:8185
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eisers, een gezin van Sri Lankaanse nationaliteit met een minderjarig kind, dienden op 1 september 2025 asielaanvragen in Nederland in. De minister nam deze niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers stelden dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden omdat zij geen reiskostenvergoeding kregen om hun gemachtigde te bezoeken, wat hun effectieve rechtsbijstand belemmerde.
De rechtbank oordeelde dat de minister het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden omdat hij onvoldoende heeft ingegrepen toen het COA de reiskostenvergoeding weigerde, ondanks signalen van de gemachtigde. Dit leidde tot vernietiging van de besluiten, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat eisers hun inhoudelijke standpunten alsnog konden inbrengen.
Verder stelde de rechtbank vast dat het belang van het minderjarige kind niet was geschaad en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Frankrijk blijft gelden. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij bij overdracht aan Frankrijk geen opvang zouden krijgen. Ook was de stelling dat Nederland al was aangevangen met de inhoudelijke behandeling onvoldoende onderbouwd.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen omdat de beroepen gegrond waren. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige besluitvorming en effectieve rechtsbijstand in asielprocedures.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.