ECLI:NL:RBGEL:2026:4713
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn bij verrekening proceskostenvergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen de verrekening van haar proceskostenvergoeding en griffierecht met een openstaande vordering van de gemeente Nijmegen. De rechtbank oordeelt dat het college de hoorplicht heeft geschonden door eiseres niet te horen voordat het bestreden besluit werd genomen, waardoor het beroep gegrond is verklaard.
Hoewel het college bevoegd is de proceskostenvergoeding te verrekenen met de openstaande schuld, blijft het besluit inhoudelijk in stand. De rechtbank constateert tevens dat de redelijke termijn voor besluitvorming is overschreden, waardoor eiseres recht heeft op een schadevergoeding van in totaal € 2.000, verdeeld tussen het college en de Staat.
De rechtbank wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen concrete toezegging is aangetoond. Ook de motiverings- en zorgvuldigheidsgronden slagen niet. De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van het griffierecht, proceskosten en een deel van de schadevergoeding, en de Staat tot betaling van een deel van de schadevergoeding en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van de hoorplicht en tijdige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures, en bevestigt de bevoegdheid tot verrekening van proceskosten met openstaande schulden onder de Participatiewet.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, met toekenning van schadevergoeding en vergoeding van proceskosten.