ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9778
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid en voortvarendheid bij navorderingsaanslagen buitenlandse bankrekening
De zaak betreft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1995, 1996 en 2002, opgelegd aan eiser op basis van gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg (VLB). Deze gegevens zijn verkregen via Belgische autoriteiten in het kader van het project Bank Zonder Naam.
Eiser heeft erkend rekeninghouder te zijn geweest bij VLB, maar betwistte onder meer de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging, de voortvarendheid bij het opleggen van de aanslagen, de hoogte van de aanslagen en de geheimhouding van stukken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gegevens rechtmatig zijn verkregen, ook indien sprake zou zijn van onrechtmatigheid aan Belgische zijde, en dat de navorderingsaanslagen met redelijke voortvarendheid zijn opgelegd.
De rechtbank heeft de bewijslast bij verweerder gelegd en de schatting van het vermogen op basis van een jaarlijks stijgingspercentage van 23,5% als redelijk beoordeeld. De boetes zijn passend geacht, met een kleine vermindering vanwege de schattingsmethode. Verweerder is veroordeeld in proceskosten en het onderzoek is heropend voor een beslissing over immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.
De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de geheimhouding van bepaalde stukken deels gerechtvaardigd is, maar dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad tot inzage om zijn verdediging te voeren. Verzoeken tot aanvullende stukken en getuigenverhoren zijn afgewezen wegens onvoldoende concrete onderbouwing. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan vergelijkbaarheid met andere gevallen.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes zijn deels verminderd; de navorderingsaanslagen zijn rechtmatig opgelegd met redelijke schatting en voldoende voortvarendheid.