Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 11 juni 2025,
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vorderingen en het verweer in de hoofdzaak en het verzoek in het incident
5.5. De beoordeling van de in de hoofdzaak en het verzoek in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [eiser] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van het aanvraagformulier van 15 december 1998 voor een Triple Effect overeenkomst op naam van [eiser] , waarop een stempel is geplaatst met de tekst
“Belastingvrij Vermogensplan (…)”met de handgeschreven toevoeging
“ [adviseur] ”en ATP-nummer [nummer 4] is ingevuld,
“ [tekst 1] ”.- kopieën van een Prognose Capital Effect waarop de naam en de adresgegevens van [eiser] staan vermeld, alsmede
“Belastingvrij Vermogensplan Adviseur [adviseur] ”,- een kopie van een uittreksel van de KvK van 15 september 2020 met als beschrijving van de werkzaamheden van Belastingvrij Vermogensplan, te weten: ‘
verkopen van produkten met betrekking tot financiële dienstverlening, zoals spaar- en vermogensprodukten’,
Voor overleg en advies kunt u zich wenden tot uw adviseur: kantoor Amsterdam Financieel Advies Bureau”.
[tekst 2] ,
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersonen;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 135,00