Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juli 2017 in de zaak tussen
[X] N.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil8. In geschil is of de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding kan worden geheven, in het bijzonder of de heffing in strijd is met doel en strekking van artikel 32bb van de Wet LB 1964) dan wel strijdig is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP), met de artikelen 26 IVBPR en 14 EVRM of met artikel 6 EVRM Pro.
primaire heffingsstructuur van de loon- en inkomstenbelasting dit instrument is “uitgewerkt”, omdat ook de excessieve beloningen reeds volledig in de loon- en inkomstenbelasting worden betrokken. De voorgestelde werkgeversheffingen leiden tot een dubbele heffing over bepaalde beloningsbestanddelen in de vorm van pseudo-eindheffingen die niet passen in de primaire heffingsstructuur van de loonbelasting. In die zin moet het voorstel als een in de loonbelasting ingebedde punitieve sanctie worden aangemerkt die als zodanig rechtvaardiging behoeft en moet worden getoetst aan artikel 6 van Pro het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mensen de fundamentele vrijheden en de jurisprudentie terzake van het Europees Hof voor de rechten van de mens.”