Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2020 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Eiseres heeft over meerdere jaren bewust de keuze gemaakt om een onjuiste aangifte te doen (stelselmatig gedrag).
- Het moest eiseres duidelijk zijn dat het buitenlandse tegoed moest worden aangegeven.
- Eiseres had zich hiervan bewust moeten zijn.
- Eiseres heeft niet gebruikgemaakt van de inkeerregeling.
- Eiseres heeft gebruikgemaakt van een rekening in een jurisdictie dat een bankgeheim kende.
- Er is in de media veel aandacht geweest voor het optreden van de Belastingdienst op het gebied van buitenlands vermogen en de inkeerregeling.
Beslissing
- verklaart de beroepen in de zaken met nummers HAA 20/259 en HAA 20/262 tot en met HAA 20/268 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, voor zover die betrekking hebben op het jaar 2006 en op de voor de jaren 2009 tot en met 2015 opgelegde vergrijpboeten;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2006 tot een berekend naar een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.219 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.584;
- vermindert de voor het jaar 2006 gegeven beschikking inzake heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de voor de jaren 2009 tot en met 2015 opgelegde vergrijpboeten naar de bedragen die hiervoor in onderdeel 32 zijn vermeld;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde (delen van de) uitspraken op bezwaar;