ECLI:NL:RBNHO:2021:2902
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over overschrijding vergunning bijzondere bestemming en douaneschuld
Eiseres, een groothandel in vis en schaal- en weekdieren, heeft een vergunning bijzondere bestemming voor het verwerken van bepaalde hoeveelheden kabeljauw en Alaska koolvis. Verweerder stelde vast dat eiseres de hoeveelheden overschreden had en legde een uitnodiging tot betaling (utb) op voor invoerrechten en rente. Eiseres stelde beroep in tegen deze utb en voerde aan dat de overschrijding geen schending van de vergunningvoorwaarden was en dat de douaneschuld op andere gronden zou moeten zijn vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat de vergunning maximale hoeveelheden bevatte en dat eiseres deze had overschreden, waardoor een douaneschuld is ontstaan op grond van artikel 204 van Pro het CDW en artikel 79 van Pro het DWU. Artikel 212bis van het CDW was niet van toepassing omdat de vergunning niet toereikend was. Ook het beroep op vergissing en verzuim zonder werkelijke gevolgen werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat rente op achterstallen slechts verschuldigd is over douaneschulden ontstaan na 1 mei 2016, de inwerkingtreding van het DWU.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het onderdeel rente over douaneschulden vóór 1 mei 2016, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor dat onderdeel en beval vermindering van de utb met dat bedrag. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep tegen de overige onderdelen werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard voor rente over douaneschulden vóór 1 mei 2016, utb verminderd, proceskosten en immateriële schadevergoeding toegekend.