ECLI:NL:RBNHO:2021:2903
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding vergunning bijzondere bestemming en navordering douanerechten
Eiseres, een groothandel in vis en levensmiddelen, ontving een uitnodiging tot betaling (utb) van douanerechten en rente wegens overschrijding van de vergunning bijzondere bestemming voor bepaalde vissoorten over de periode 2014-2017. De rechtbank oordeelt dat eiseres de hoeveelheden Alaska koolvis en koolvisfilets heeft overschreden, waardoor een douaneschuld is ontstaan op grond van artikel 204 CDW Pro en artikel 79 DWU Pro.
Eiseres stelde dat de overschrijding niet tot een douaneschuld leidde en voerde diverse juridische verweren aan, waaronder toepassing van artikel 212bis CDW, vergissing van de douaneautoriteiten, en schending van het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat de vergunning niet toereikend was en er geen vergissing was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat rente op achterstallen uitsluitend verschuldigd is over douaneschulden ontstaan vanaf 1 mei 2016, en verklaarde het beroep gegrond voor het deel van de rente die betrekking heeft op eerdere perioden. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding van € 1.333 toegewezen.
De uitspraak vernietigt de uitspraak op bezwaar voor het onderdeel rente, vermindert de utb dienovereenkomstig, en draagt verweerder op het bedrag te herrekenen. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard voor de overige onderdelen.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de utb voor rente over douaneschulden vóór 1 mei 2016 en veroordeelt verweerder tot proceskosten en immateriële schadevergoeding.