Uitspraak
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de Inspecteur van de Belastingdienst, Douane Breda, verweerder.
Procedure
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
(…).”
Opgemerkt zij dat de BTW-Richtlijn, de Wet OB en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) geen rentebepalingen bevatten voor btw die bij invoer verschuldigd is, waarbij de AWR in artikel 30h alleen een rentebepaling kent voor belastingrente over btw die bij wijze van naheffingsaanslag wordt geheven. Een utb is echter geen naheffingsaanslag, maar een mededeling van de verschuldigde belastingen, die op grond van artikel 7:6 van Pro de Adw op een aanslagbiljet wordt vermeld en dan overeenkomstig artikel 8 van Pro de Invorderingswet 1990 wordt bekendgemaakt door de ontvanger.
Beslissing
mr. W.M.C. Schipper, leden, in aanwezigheid van mr.E.P. van der Zalm, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2023.