Uitspraak
[eiser] uit [woonplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Cranendonck, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Het hof maakt uit het hoger beroepschrift op dat het belanghebbende voornemens is om ‘tot persistit’ door te procederen om de naar zijn mening partijdigheid van de (bestuurs)rechtspraak en het vermeende onrechtmatige handelen van de gemeente en/of inspecteur van de Belastingdienst aan de kaak te stellen. Zonder nadelige financiële consequenties voor belanghebbende – naast het eventueel verschuldigd blijven van het geheven griffierecht – zou het blijven (door)procederen door belanghebbende verworden tot een loterij zonder nieten, hetgeen ten koste gaat van de toch al schaarse ambtelijke en rechterlijke capaciteit. Dit acht het hof zeer onwenselijk. Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat de rechtbank belanghebbende in haar uitspraak van 28 augustus 2020 heeft gewaarschuwd dat hij in de proceskosten van de heffingsambtenaar zou kunnen worden veroordeeld bij herhaling van het aanvoeren van dezelfde stellingen onder ongewijzigde omstandigheden, is het hof van oordeel dat de rechtbank belanghebbende terecht heeft veroordeeld in de door de heffingsambtenaar gemaakte taxatie- en reiskosten.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt eiser tot betaling van € 128,26 aan proceskosten aan de heffingsambtenaar.