ECLI:NL:RBOBR:2026:648
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten
Eiseres ontving bijstand en had inkomsten uit gokactiviteiten in mei, september en november 2024 die zij niet meldde aan Senzer, het bestuursorgaan. Senzer trok daarom het recht op bijstand over mei en september 2024 in, herzag de bijstand over november 2024 en vorderde teveel ontvangen bijstand terug.
Eiseres voerde aan dat de inlegkosten voor het gokken in mindering hadden moeten worden gebracht, verwijzend naar een eerdere uitspraak. De rechtbank volgde dit niet, omdat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vastgesteld dat bij de vaststelling van het inkomen geen rekening wordt gehouden met verwervingskosten zoals inleg bij gokken.
De rechtbank oordeelde dat Senzer terecht heeft gehandeld en dat de terugvordering niet onredelijk is, ook niet gezien de persoonlijke omstandigheden van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten wordt ongegrond verklaard.