In deze zaak staat een effectenleaseovereenkomst centraal die tussen 1990 en 2003 veelvuldig is verkocht. [partij A] vordert dat Dexia wordt veroordeeld wegens onrechtmatig handelen en tekortkoming, omdat Dexia ondanks kennis of wetenschap van vergunningplichtige advisering door een tussenpersoon zonder vergunning toch de overeenkomst is aangegaan.
De rechtbank stelt vast dat Dexia haar bijzondere zorgplicht, in het bijzonder de waarschuwingsplicht, heeft geschonden. Er is geen sprake van dwaling, misbruik van omstandigheden of nietigheid van de overeenkomst. De schade van [partij A] bestaat uit betaalde termijnen en restschuld, waarvoor Dexia aansprakelijk is wegens onrechtmatig handelen.
Dexia heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de tussenpersoon persoonlijk en zonder vergunning heeft geadviseerd. Dexia had actief moeten nagaan of de tussenpersoon persoonlijk advies gaf en had dit moeten voorkomen. De vorderingen van [partij A] worden toegewezen, waaronder een schadevergoeding van € 5.758,48 vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden aan Dexia opgelegd.