Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 26 november 2025;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met een incidenteel verzoek;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie en in het incident;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende akte uitlating producties in conventie.
3.De feiten
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [partij A] en/of toerekenbaar is tekortgeschoten;
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is om deze schade te vergoeden;
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [partij A] van al datgene dat [partij A] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [partij A] , met rente;
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en € 100,- aan nakosten, met rente.
- voor recht zal verklaren dat Dexia, na betaling van € 2.833,61 (te vermeerderen met wettelijke rente), met betrekking tot de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] en [contractnummer 3] niets meer aan [partij A] is verschuldigd;
- [partij A] zowel in conventie als in reconventie zal veroordelen in de proceskosten.
- er is sprake van huurkoop;
- er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden, evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
- Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
- [partij A] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;
- er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade van [partij A] en de onrechtmatige daad van Dexia.
productie C. Voorts heeft [naam 2] tijdens het gesprek geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [partij A] . Zo is met [naam 2] gesproken over de Capital Effect overeenkomst die [partij A] had lopen. Daarnaast is met [naam 2] gesproken over de wens van [partij A] om een extra bedrag te sparen voor de toekomst. [naam 2] gaf aan dat hij een constructie kon adviseren – bestaande uit een kredietovereenkomst, twee effectenlease overeenkomsten en de reeds lopende Capital Effect overeenkomst – om de doelstelling van [partij A] sneller te bereiken dan met de Capital Effect overeenkomst die zij op dat moment had lopen. [naam 2] adviseerde [partij A] om twee MultiClick overeenkomsten, waarvan één met een vooruitbetaling van NLG 7.200 en één met een vooruitbetaling van NLG 9.600,-. Tevens adviseerde [naam 2] [partij A] om een krediet af te sluiten bij Nationale Nederlanden ter hoogte van NLG 25.000,-. Dit krediet diende volgens [naam 2] te worden aangewend om enerzijds een vooruitbetaling voor de bestaande Capital Effect te doen (circa NLG 7.050,-) te voldoen en anderzijds om de genoemde vooruitbetalingen voor de twee MultiClick overeenkomsten te financieren. Door deze constructie zou [partij A] maandelijks niet langer hoeven bij te dragen aan de Capital Effect overeenkomst. In plaats daarvan zou zij enkel de rente op de kredietovereenkomst verschuldigd zijn, welke bovendien deels kon worden voldaan uit de dividenduitkeringen van de effectenlease overeenkomsten. Volgens [naam 2] zou [partij A] middels deze constructie hoger rendement behalen dan met enkel de Capital Effect overeenkomst. Het advies van [naam 2] is vervolgens schriftelijk vastgesteld en wordt door [partij A] als
productie Dovergelegd. [partij A] had nog steeds geen ervaring met beleggen en geen kennis van complexe financiële producten en vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van [naam 2] en zijn advies. Om deze reden heeft [partij A] het advies van [naam 2] opgevolgd. De aanvraag voor de twee MultiClick overeenkomsten is door [naam 2] in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend. Conform het advies van [naam 2] zijn twee MultiClick overeenkomsten afgesloten met een vooruitbetaling van respectievelijk NLG 7.054,28 en NLG 9.564,40. Ook heeft [partij A] , zoals geadviseerd door [naam 2], een vooruitbetaling van NLG 6.310,32 gedaan voor de Capital Effect overeenkomst. De kredietovereenkomst is door [naam 2] in orde gemaakt en conform het advies van [naam 2] is de kredietovereenkomst afgesloten waarbij [partij A] tot NLG 25.000,- op kon nemen. De kredietovereenkomst wordt overgelegd als
productie E.
- een kopie van de overeenkomsten op naam van [partij A] met contractnummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] en [contractnummer 3] , voorzien van het adviseursnummer [ATP nummer]-Verzekerd Spaarplan Nederland;
- een kredietovereenkomst van 25 februari 2001 tussen [partij A] enerzijds en Nationale Nederlanden anderzijds, met contractnummer [contractnummer 4], waarbij een krediet van NLG 25.000,- is overgemaakt naar het bankrekeningnummer van [partij A] ;
- een uitdraai van de website van VSN van destijds, waarop onder meer staat dat VSN reeds jaren actief is als adviseur en bemiddelaar ten behoeve van particulieren voor tal van diensten op financieel en fiscaal gebied en dat de informatie op de website voornamelijk gaat over effectenlease; verder wordt het concept effectenlease uitgelegd onder andere aan de hand van een rekenvoorbeeld/prognose;
- een kopie van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van VSN met als beschrijving van de werkzaamheden: “
- een kopie van een visitekaartje van [naam 2], voorzien van het logo van VSN
- een (schriftelijk) advies van [naam 2] van VSN aan [partij A] met een berekening voor de ‘nieuwe situatie’.
- dat Leaseproces (de gemachtigde van [partij A] ) ten onrechte op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust; en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 100,00
6.De beslissing
€ 82,00;