ECLI:NL:RBROT:2018:6259
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Eiser heeft sinds 2011 honderden Wob-verzoeken ingediend bij de gemeente Albrandswaard, gevolgd door talloze bezwaar-, beroeps- en klachtprocedures. Het primaire besluit van 28 maart 2017 en het bestreden besluit van 9 augustus 2017 betroffen onder meer de afhandeling van deze verzoeken. Verweerder stelde dat eiser misbruik maakt van zijn bevoegdheid door het indienen van omvangrijke en repetitieve verzoeken, het niet verschijnen bij zittingen en het frustreren van de afhandeling van zaken.
De rechtbank overwoog dat de verzoeken van eiser niet als aanvragen in de zin van de Awb konden worden aangemerkt indien zij werden geduid als collegeverzoeken of op basis van het EVRM. Verder werd vastgesteld dat het recht om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen indien sprake is van misbruik van recht. Gezien het eerdere en huidige procedeergedrag van eiser, de omvang en aard van zijn verzoeken, en zijn proceshouding, concludeerde de rechtbank dat sprake is van misbruik van recht.
Het verzoek van eiser om toepassing van artikel 8:25 Awb Pro (weigering bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan) werd afgewezen. De rechtbank vond geen ernstige bezwaren tegen de gemachtigde van verweerder. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en de verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat beperking van het recht op toegang tot de rechter in dit geval proportioneel en gerechtvaardigd is en niet in strijd met artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.