Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)
Inleiding
- namens eiseres, haar gemachtigden;
- namens DNB, haar gemachtigde mr. R.H.J. van Houts, en haar juristen
Totstandkoming van het besluit
- onvoldoende kennis van haar specifieke integriteitsrisico’s heeft en dat de in haar SIRA geïdentificeerde integriteitsrisico’s niet of onvoldoende door beheersmaatregelen worden gemitigeerd (overtreding 1);
- niet alle gegevens als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wtt 2018 in DVDs heeft opgenomen (overtreding 2);
- in vijf onderzochte DVDs geen volledig cliëntenonderzoek heeft verricht voordat zij een zakelijke relatie aanging en trustdiensten verleende (overtreding 3) door
Beoordeling door de rechtbank
“Een trustkantoor analyseert die risico’s waardoor het kantoor bloot kan staan aan risico’s als witwassen, schendingen van sanctieregelgeving, en fiscale ontduiking.”.
- de aanpassingen aan de oude SIRA minimaal zijn en niet de opzet of systematiek betreffen;
- de SIRA niet instellingspecifiek maar abstract van aard is;
- een duidelijke indeling van de risico’s ontbreekt en dat risico’s door elkaar worden vermeld;
- het niet duidelijk is hoe de SIRA en de appendix met elkaar samenhangen of op elkaar aansluiten;
- de SIRA niet uitlegt hoe de opgesomde beleidsdocumenten en procedures, of bepaalde onderdelen daarvan, een mitigerende werking hebben op de kans en de impact van de geïdentificeerde risico's;
- de score op de werking van de beheersmaatregelen op geaggregeerd niveau is uitgedrukt en niet aan individuele beheersmaatregelen is gerelateerd;
- de effectiviteit van de beheersmaatregelen tegen clusters van vijf of meer integriteitsrisico's is afgezet, waarmee de werking van beheersmaatregelen onvoldoende specifiek is;
- het niet duidelijk is hoe de operationele risico's worden beheerst omdat dit nog moet worden uitgewerkt in het Business Continuity Plan.
- voor de voortdurende controle van de transacties van een doelvennootschap en om te controleren of die overeenkomen met de informatie die bekend is – en op grond van het onderhavige artikel is vastgelegd – met betrekking tot de cliënt en trustdienstverlening;
- om aan de meldplicht op grond van artikel 16 van Pro de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme te kunnen voldoen;
- om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen, waaronder het vereiste van een integere en beheerste bedrijfsvoering, omdat met een DVD personen die werkzaamheden verrichten voor het trustkantoor, zoals een compliance officer of een auditor, in staat zijn om in korte tijd kennis te nemen van de trustdienstverlening aan een cliënt, de daaraan verbonden integriteitrisico’s en de wijze waarop voldaan is aan de verplichtingen van de onderhavige wet.
- er is geen actueel, volledig en/of specifiek transactieprofiel in de dossiers [onderneming 1] ( [onderneming 1] ), [onderneming 2] ( [onderneming 2] ), [onderneming 3] ( [onderneming 3] ) en [onderneming 4] ( [onderneming 4] );
- in het dossier [onderneming 1] is niet met zoveel mogelijk zekerheid de vermogenspositie van de UBO vastgesteld en bepaald dat dit vermogen uit legitieme bron afkomstig is;
- in het dossier [onderneming 5] ( [onderneming 5] ) is niet de strekking vastgesteld waarmee de structuur is opgezet van de groep waartoe de doelvennootschap behoort.
- de inkomende dividend transactie van [onderneming 6] , met een bandbreedte van $ 5.000.000,00 - $ 50.000.000,00 en een jaarlijkse frequentie van 0-2;
- de uitgaande kapitaalsvermindering transactie naar [onderneming 7] met een bandbreedte van $ 5.000.000,00 - $ 50.000.000,00 en een jaarlijkse frequentie van 0-2.
- een inkomende transactie van [onderneming 8] met een bandbreedte van € 107.000.000,00 - € 800.000.000,00;
- een uitgaande transactie naar [onderneming 9] met een bandbreedte van € 200.000.000 - € 1.000.000.000,00.
Het is niet aan DNB of aan de rechtbank om die vertaalslag te maken. Wat eiseres verder in verband met de vermogenspositie van de UBO heeft aangevoerd, leidt niet tot een andere conclusie. Deze vertaalslag blijkt ook niet uit wat eiseres verder in verband met de vermogenspositie van de UBO heeft aangevoerd.
Fined [boetebedrag] for the infraction of the Central Bank regulations (PE: [nummer] ). Penalties issued by [buitenlandse toezichthouder] for infractions of currency transaction regulations.”. Uit deze informatie blijkt dus niet om wat voor overtreding het gaat en wat de feiten en omstandigheden rond die overtreding en de boetehoogte zijn.
“RESULT: taking into account the characterization of the irregularity consistent in the supply untimely information to [buitenlandse toezichthouder] regarding the Capital Census Foreigners in the Country, on the base date of 12.31.2010, the Committee unanimously decided to application of the FINE penalty of [boetebedrag] ( [boetebedrag] ) to [onderneming 8] ”.
Conclusie en gevolgen
.Het beroep is ongegrond
.Dit betekent dat de aanwijzing, met inachtneming van de wijzigingen daarvan in het bestreden besluit en het wijzigingsbesluit van 22 december 2022, wel in stand blijft.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt DNB tot betaling van € 2.511,00 aan proceskosten aan eiseres;
- bepaalt dat DNB het griffierecht van € 360,00 aan eiseres moet vergoeden;
- wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe en veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van een schadevergoeding van € 500,00 aan eiseres.
mr. R.H.L. Dallinga, leden, in aanwezigheid van mr.P.F.H.M. Terstegge, griffier.