ECLI:NL:RBROT:2024:9239
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep stichting tegen niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek Wwft-transactiemonitoring
De stichting Human Rights in Finance.EU verzocht De Nederlandsche Bank (DNB) handhavend op te treden tegen Transactie Monitoring Nederland (TMNL), deelnemende banken en de Nederlandse Vereniging van Banken wegens overtreding van artikel 10 van Pro de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). DNB verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat de stichting geen belanghebbende was. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van de stichting ongegrond.
De voorzieningenrechter overwoog dat de activiteiten van TMNL waren stopgezet en dat de uitgewisselde gegevens waren verwijderd, waardoor het handhavingsverzoek feitelijk geen actueel belang meer diende. DNB kan slechts tegen een lopende overtreding een aanwijzing opleggen, niet ter voorkoming van herhaling. De stichting kon daarom geen procesbelang meer ontlenen aan haar bezwaar en beroep.
De rechtbank wees tevens het verzoek van de stichting af om 22 natuurlijke personen toe te laten als partijen, omdat zij geen zelfstandig belang hadden dat afweek van dat van de stichting. Verder werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat dit geen nieuwe inhoudelijke beoordeling kon opleveren.
De rechtbank benadrukte dat de stichting haar aanvraag niet kon uitbreiden buiten het oorspronkelijke verzoek en dat zij bij een nieuwe overtreding opnieuw een handhavingsverzoek kan indienen, mits zij dan belanghebbende is. Verzoeken om proceskostenvergoeding of schadevergoeding boden geen zelfstandig procesbelang. De uitspraak bevestigt de restrictieve toepassing van procesbelang en belanghebbendheid in bestuursrechtelijke handhavingsprocedures.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van procesbelang.