Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen
LT Foods Europe B.V., uit Maasvlakte Rotterdam, eiseres
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Lijst en/of overzicht van de namen en Burgerservicenummer van zowel eigen personeel als ingeleend personeel over de periode van 1 september 2020 tot en met 28 februari 2021; en
- De WID (Wet op de Identificatieplicht) administratie.
Ten aanzien van het beroep tegen de boete (zaaknummer 25/3655)
access key cardssysteem de juiste persoonsgegevens, zoals nationaliteit en Burgerservicenummer werden vastgesteld dan wel geregistreerd. Ook is niet duidelijk of met dit systeem beoogd is een overtreding van de Wav te voorkomen. Eiseres heeft ter zitting niet duidelijk gemaakt welke andere maatregelen een overtreding van artikel 15a van de Wav zouden hebben kunnen voorkomen. Voor zover eiseres verwijst naar de verklaringen van medewerkers van 13 mei 2023 dat de identiteit wel werd vastgesteld, geldt dat zij alleen verklaren dat zij op de werkvloer steekproefsgewijs identiteitsbewijzen hebben gecontroleerd (
random checks). Daaruit leidt de rechtbank niet af dat zij alle uitzendkrachten voorafgaand aan de werkzaamheden controleerden en registreerden. Voor de verklaring van 30 april 2024 van een derde medewerker over de Poolse identiteit van 27 medewerkers geldt hetzelfde. Ook daarvan staat niet vast dat de identiteitsbewijzen zijn gecontroleerd voorafgaand aan de werkzaamheden of dat gegevens zijn geregistreerd. Door het gebrek aan deze gegevens kan niet worden vastgesteld of sprake is van EU-burgers zodat artikel 15a van de Wav van toepassing is. In zoverre wijkt deze zaak af van de uitspraak [15] waar eiseres naar verwijst. In het kader van de verwijtbaarheid van de overtreding van artikel 15 van Pro de Wav wordt in die uitspraak zowel door de minister als de rechtbank rekening gehouden met het feit dat uit Suwinet volgt dat sprake is van EU-burgers. Dat is hier niet aan de orde. De verklaringen die eiseres heeft ingebracht, zijn onvoldoende objectief en verifieerbaar. In dit verband weegt de rechtbank mee dat de HR-medewerker van eiseres tijdens de controle van 22 maart 2021 heeft verklaard dat eiseres de identiteit van de uitzendkrachten zelf niet controleerde. Deze werkwijze wordt bevestigd in de e-mail van de HR-medewerker van eiseres van 13 april 2021 en tijdens het horen van voornoemde HR-medewerker. Verder overweegt de rechtbank dat op eiseres een eigen verantwoordelijkheid rust om de identiteit van uitzendkrachten te controleren en te registreren. Om die reden zijn de omstandigheden rondom de uitlener en de samenwerking tussen eiseres en de uitlener voor de beoordeling of eiseres verminderd verwijtbaar is, niet doorslaggevend. Daarbij merkt de rechtbank op dat eiseres niet met stukken heeft onderbouwd op welke wijze met de uitlener invulling is gegeven om – tijdens en na afloop van de samenwerking – aan de verplichting onder de Wav te kunnen voldoen. Tot slot volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat op eiseres een medewerkingsverplichting rust en medewerking op zichzelf niet kan leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
access key cardssysteem en bijbehorend memo, die vrijwel direct na de overtreding (opnieuw) onder de aandacht van de medewerkers zijn gebracht. Verder is eiseres vanaf maart 2024 gestart met het registreren van persoonsgegevens inclusief nationaliteit. Ook worden inmiddels afschriften van WID-documenten van alle arbeidskrachten (dus ook EU-burgers) bewaard.
access key cardssysteem niet de juiste gegevens worden gecontroleerd en geregistreerd. Ook uit de door eiseres ingebrachte memo volgt niet dat het systeem is ingevoerd met oog op voorkoming van een overtreding van de Wav. Met de maatregelen werd immers niet de nationaliteit vastgesteld. Niet is gebleken dat het systeem na de overtreding anders is toegepast. Voor de maatregelen die vanaf maart 2024 zijn getroffen, stelt de rechtbank dat – als de maatregelen al adequaat zijn en een overtreding van de Wav kunnen voorkomen – de maatregelen dusdanig laat zijn ingevoerd (3 jaar na de overtreding en 1 jaar na het voornemen) dat hierin geen aanleiding bestaat voor (verdere) matiging in het kader van een bredere evenredigheidstoets. [17]
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het boetebesluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van de minister van 20 maart 2024 (met kenmerk [kenmerk 1]) wat betreft de hoogte van de boete;
- herroept het boetebesluit van 8 februari 2024 (met kenmerk [kenmerk 2]) wat betreft de hoogte van de boete;
- stelt het bedrag van de opgelegde boete vast op € 97.250,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat de minister aan eiseres het betaalde griffierecht van € 385,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1868,-;
- verklaart het beroep tegen de waarschuwing preventieve stillegging van werk ongegrond.