ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2249
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Dirks
- I. Obbink-Reijngoud
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en vergrijpboete wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekening bevestigd met matiging van boetes
Eiseres werd in de zomer van 2008 als rekeninghoudster van een Luxemburgse bankrekening geïdentificeerd, waarop zij spaargeld had dat zij niet had aangegeven in haar belastingaangiften. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op over de jaren 1996 tot en met 2007, waarbij gebruik werd gemaakt van de verlengde navorderingstermijn. Eiseres betwistte de rechtmatigheid van deze aanslagen en voerde onder meer aan dat de Belastingdienst niet voortvarend genoeg was geweest.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst het tijdsverloop tussen het verkrijgen van aanwijzingen over de buitenlandse rekening en de identificatie van eiseres niet onredelijk lang had laten verlopen gezien de complexiteit van het project Bank Zonder Naam. Ook was de voorbereiding en vaststelling van de navorderingsaanslagen met redelijke voortvarendheid gebeurd. De rechtbank stelde vast dat eiseres bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat zij een fout maakte door het niet aangeven van de tegoeden.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de bezwaren en beroepen was overschreden, waardoor de verhogingen en vergrijpboete werden gematigd met respectievelijk 5% en 10%. Daarnaast werd de Belastingdienst veroordeeld tot betaling van proceskosten en een immateriële schadevergoeding van €500 wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De beroepen werden verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en vergrijpboete bevestigd met matiging van boetes en toekenning van proceskosten en schadevergoeding aan eiseres.