ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2442
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige zorgplichtschending door Levob bij aandelenleaseovereenkomsten met restschuldrisico
De zaak betreft 19 aandelenleaseovereenkomsten tussen eiser en Levob Bank N.V. uit 1998, waarbij eiser geld leende voor de aankoop van effecten met een looptijd van vijf jaar. Eiser stelde dat de overeenkomsten nietig zijn wegens strijd met de Wet Toezicht Effectenverkeer, dwaling en misbruik van omstandigheden, en dat Levob haar zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te informeren over de risico's, met name het risico op een restschuld.
De rechtbank oordeelde dat de Wet Toezicht Effectenverkeer en de daarop gebaseerde regelingen niet de geldigheid van de overeenkomsten aantasten. Ook het beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden werd afgewezen, omdat eiser de inhoud van de overeenkomsten had kunnen begrijpen en zijn dwaling aan zichzelf te wijten was.
De rechtbank stelde vast dat Levob een bijzondere zorgplicht heeft jegens particuliere beleggers en dat deze zorgplicht zowel het verstrekken van duidelijke en ondubbelzinnige waarschuwingen over het restschuldrisico als het inwinnen van relevante informatie over de financiële positie en beleggingsdoelstellingen van de cliënt omvat. Levob heeft nagelaten specifiek en duidelijk te waarschuwen voor het restschuldrisico en heeft onvoldoende informatie ingewonnen over de financiële draagkracht van eiser.
Hierdoor heeft Levob onrechtmatig gehandeld en is zij aansprakelijk voor de schade die eiser heeft geleden, waaronder de betaalde rente en het tekort na verkoop van de aandelen. De vordering van Levob tot betaling van de restschuld werd afgewezen omdat deze schade voortvloeit uit de onrechtmatige daad van Levob. De rechtbank wees de overige vorderingen van eiser toe om de schade nader vast te stellen.
Uitkomst: Levob schond haar zorgplicht en is aansprakelijk voor de schade van eiser, terwijl de restschuldvordering van Levob wordt afgewezen.