ECLI:NL:RBZWB:2023:5473
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rentebeschikking en toekenning proceskostenvergoeding in belastingzaak
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van belanghebbende tegen een rentebeschikking van de inspecteur op grond van artikel 30ha AWR. De inspecteur had een rentebedrag van €22 toegekend over een bepaalde periode, maar belanghebbende betwistte de hoogte van het rentepercentage en de bevoegdheid van de inspecteur.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur bevoegd was de rentebeschikking te nemen, maar dat het toegepaste rentepercentage te laag was. De rechtbank stelde het rentepercentage vast op 4,41%, wat leidde tot een verhoging van de rentebeschikking tot €25. Tevens werd het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de hoorplicht en het verdedigingsbeginsel niet waren geschonden, ondanks dat belanghebbende niet op uitnodigingen tot hoorgesprekken was ingegaan. De rechtbank wees een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat het financieel belang gering was en belanghebbende geen spanning of frustratie had ervaren.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €310,50, met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werden niet gesteld. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de rentebeschikking tot €25 en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.