Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.1. [eiseres 1] B.V., uit [plaats 1] ,
2.[eiseres 3] , uit [plaats 1] ,
1. Feiten
moesten worden betrokken. Uit het vierde lid volgde dat het college in de motivering van de beslissing te kennen moest geven op welke wijze deze aspecten de inhoud van het besluit hebben beïnvloed. Het eerste lid, onder b, bevatte aspecten waar
rekening mee moest worden gehouden. Van deze aspecten kon gemotiveerd afgeweken worden. Het eerste lid, onder c, bevatte aspecten die het college
in acht moest nemenbij de beslissing. Dat betekent dat de aanvraag moest worden geweigerd, wanneer niet werd voldaan aan één van deze hier genoemde aspecten.
natuurspoorkunnen oordelen, omdat de emissiefactoren uit de Rav in het natuurbeschermingsrecht niet als toetsingskader staan voorgeschreven en daar als toetsingskader geldt dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden moeten zijn uitgesloten.
milieuspoorstaan de emissiefactoren op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wav namelijk verplicht voorgeschreven voor de berekening van de ammoniakemissie van veehouderijen. Het niet toepassen of afwijken van de emissiefactoren, komt neer op het buiten toepassing stellen van een systeem dat op grond van een formele wet is voorgeschreven. Daarvoor ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding. [9]
betrekt het bevoegd gezagbij de beslissing op de aanvraag in ieder geval:
in acht:
betrekt het bevoegd gezag bijdie beslissing de bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer ter uitvoering van een EU-richtlijn of EU-verordening gestelde milieukwaliteitseisen op de bij die maatregel aangegeven wijze, voor zover de verplichting daartoe krachtens of overeenkomstig artikel 5.2 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in die maatregel.