ECLI:NL:RBZWB:2024:7591
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding opleiding hulphond wegens onvoldoende motivering
Eiseres vroeg de gemeente Moerdijk om een vergoeding voor de begeleiding bij de opleiding van een hulphond op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De gemeente wees dit verzoek in eerste instantie af omdat de hulphond als onderdeel van de lopende behandeling werd gezien en onvoldoende wetenschappelijk bewijs bestond voor de effectiviteit ervan. Na bezwaar handhaafde het college het besluit, mede op basis van een rapportage van Stichting SAP waarin geen objectief meetbare verbetering werd vastgesteld.
Eiseres stelde dat de conclusie van het college op een onjuiste lezing van de rapportage was gebaseerd en dat haar situatie verbeterd was door de hulphond. De rechtbank oordeelde dat het college niet deugdelijk had gemotiveerd welke ondersteuning passend was en dat het besluit daarom vernietigd moest worden. Echter, gezien de gewijzigde situatie van eiseres en recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De rechtbank wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af en bepaalde dat het college het griffierecht en proceskosten aan eiseres moest vergoeden. De uitspraak benadrukt het stappenplan dat het college moet volgen bij het beoordelen van maatwerkvoorzieningen en onderstreept het belang van een deugdelijke motivering bij besluiten op grond van de Wmo.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.