ECLI:NL:RVS:2009:BI1038
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- D.A.C. Slump
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en verzoek voorlopige voorziening subsidie Theatercompagnie
De Stichting De Theatercompagnie had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag door het Fonds Nederlands Fonds voor PodiumKunsten voor de periode 2009-2012. Na afwijzing van het bezwaar verzocht De Theatercompagnie om een voorlopige voorziening om de continuïteit van haar voorstellingen in 2009 te waarborgen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wees dit verzoek af wegens het ontbreken van spoedeisendheid.
De Theatercompagnie stelde dat de voorzieningenrechter het procesrecht had geschonden door niet te oordelen op de door haar aangevoerde gronden en dat zij niet voldoende in de gelegenheid was gesteld haar standpunten te verdedigen. Zij verzocht de Raad van State het appelverbod te doorbreken en het hoger beroep toe te laten.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geen sprake was van een ernstige schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die het doorbreken van het appelverbod rechtvaardigen. De beoordeling van de feiten en omstandigheden was een waardering waar De Theatercompagnie het niet mee eens was, maar dat vormde geen grond voor een eerlijkheidsklacht.
De voorzitter verklaarde de Afdeling onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De Theatercompagnie werd gewezen op de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen en het lopende beroep te bespoedigen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.