ECLI:NL:RVS:2014:4203
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding van planschade door wijziging bestemmingsplan De Veldkamp
Appellant heeft een verzoek ingediend om vergoeding van planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan "De Veldkamp", dat de bestemming van zijn perceel en omliggende gronden wijzigde. Het college wees het verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond en kende een vergoeding toe. De rechtbank stelde de vergoeding vast op € 99.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 juli 2007.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de schade niet volledig werd vergoed en dat onteigening aan de orde zou moeten zijn. De Afdeling oordeelde dat artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) geen onteigening voorschrijft en dat de civiele rechter over onteigening beslist. Ook verwierp de Afdeling de bezwaren tegen het deskundigenadvies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB).
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen de berekeningsgrondslag van de wettelijke rente. De Afdeling oordeelde dat de rente moet worden berekend vanaf de datum waarop het bestemmingsplan onherroepelijk werd, 21 december 2007, en vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rente vanaf 24 juli 2007 berekende.
De Afdeling veroordeelde het college tot betaling van een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, dat van het college gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, dat van het college gegrond, waarbij de rente vanaf de onherroepelijkheid van het bestemmingsplan wordt berekend en het college veroordeeld wordt tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.