ECLI:NL:RVS:2019:3754
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob- en Wbp-verzoeken
Appellant, voormalig senior-beleidsmedewerker bij de gemeente Nederweert, diende vanaf 2012 talloze Wob- en Wbp-verzoeken in met betrekking tot zijn ontslag in 2009, dat onherroepelijk was vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep. Hij verzocht onder meer om afschriften van eigen memo's, brieven en e-mails die verband hielden met vermeende onrechtmatige behandeling en ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant de Wob- en Wbp-bevoegdheden gebruikte voor een ander doel dan waarvoor deze zijn gegeven, namelijk het heropenen van een reeds definitief behandelde ontslagzaak. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de Wob niet bedoeld is voor het verkrijgen van antwoorden of het heropenen van procedures.
Verder weegt de Afdeling mee dat appellant met zijn vele verzoeken en procedures een grote belasting voor het openbaar bestuur heeft veroorzaakt, waaronder hoge advocaatkosten voor de gemeente. Gezien zijn kennis van het bestuursrecht had appellant moeten beseffen dat zijn handelwijze onredelijk was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het college vervalt.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens misbruik van recht en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.