ECLI:NL:RVS:2019:4493
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 december 2016 een aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling stelde een kerkelijk huwelijk met een referent met verblijfsvergunning asiel in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs van identiteit had geleverd met onofficiële documenten zoals een UNHCR-attestation en een kerkelijke huwelijksakte. De rechtbank had volgens de staatssecretaris ten onrechte het geschil niet finaal beslecht en onvoldoende rekening gehouden met de gedragslijn omtrent bewijsnood.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht stelde dat de vreemdeling haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt en dat de rechtbank ten onrechte het geschil niet finaal had beslecht. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand, waardoor het besluit tot afwijzing feitelijk blijft gelden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het oorspronkelijke besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.