ECLI:NL:RVS:2023:2776
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs en geweldsincidenten
Op 21 november 2020 vond een gewelddadig incident plaats in een woning te Rotterdam waarbij gewapende mannen betrokken waren. De politie trof in en rond de woning diverse vuurwapens, kogelhulzen, 84,4 kilogram cocaïne, 8,5 gram XTC-pillen, een pistool, een machete en samoeraizwaarden aan. De burgemeester besloot de woning voor zes maanden te sluiten met toepassing van spoedeisende bestuursdwang.
De rechtbank verklaarde het beroep van de bewoners tegen deze sluiting ongegrond. In hoger beroep betoogden zij onder meer dat de hoeveelheid XTC geen handelshoeveelheid was en dat de sluiting niet noodzakelijk of evenredig was. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat de aangetroffen hoeveelheid XTC als handelshoeveelheid moet worden aangemerkt.
De Raad van State vond de sluiting noodzakelijk vanwege het drugspandkarakter van de woning, de eerdere gewelddadige incidenten, en de aanwezigheid van wapens en drugshandelattributen. Ook was de maatregel evenredig gelet op de ernst van de situatie, de verwijtbaarheid van de bewoners en het ontbreken van een bijzondere binding met de woning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning voor zes maanden wordt bevestigd wegens handel in harddrugs en geweldsincidenten.