ECLI:NL:RVS:2024:1971
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens omzetting zelfstandige woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan twee gezamenlijke eigenaren van een woning een bestuurlijke boete van €6.000 per persoon op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Na een huisbezoek bleek dat drie personen in de woning woonden die geen gezamenlijke huishouding vormden, wat in strijd was met artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014.
De eigenaren voerden aan niet op de hoogte te zijn geweest van de wijze van verhuur en dat zij geen professionele verhuurders zijn. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de eigenaren als functioneel daders konden worden aangemerkt omdat zij onvoldoende zorg hadden betracht om de overtreding te voorkomen.
De Raad van State vond het boetebeleid van het college niet onevenredig, maar matigde de boete omdat de maximale boete niet aan beide eigenaren afzonderlijk mocht worden opgelegd. De boete werd gehalveerd naar €3.000 per eigenaar. Tevens werden de eerdere besluiten vernietigd en de proceskosten aan de eigenaren toegekend.
Uitkomst: De boete wordt gehalveerd naar €3.000 per eigenaar en eerdere besluiten worden vernietigd.