ECLI:NL:RVS:2026:2572
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete voor overtredingen Wet arbeid vreemdelingen door V.O.F.
De V.O.F. exploiteert twee aan elkaar verbonden eetgelegenheden in Leiden. Tijdens een controle op 5 juni 2021 troffen arbeidsinspecteurs een Egyptische werknemer aan zonder geldige gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, en zonder tewerkstellingsvergunning. Tevens werden op camerabeelden tien onbekende personen gezien die werkzaamheden verrichtten, waarvan slechts van twee personen identiteitsdocumenten werden overgelegd. De minister legde een boete op wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, en artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De V.O.F. voerde onder meer aan dat de cautie en het recht op rechtsbijstand niet correct waren nageleefd, dat de integrale camerabeelden ontbraken, en dat de boete onterecht was vastgesteld gezien de mate van verwijtbaarheid en de redelijke termijn. De Raad overwoog dat de cautieplicht en het recht op rechtsbijstand weliswaar niet volledig waren nageleefd, maar dat het proces als geheel eerlijk was verlopen en het bewijs bruikbaar bleef. De ontbrekende integrale camerabeelden waren voor risico van de V.O.F. en de minister mocht afgaan op het boeterapport.
De Raad bevestigde dat de minister terecht uitging van normale verwijtbaarheid en dat de redelijke termijn niet was overschreden vanaf de boetekennisgeving. Wel matigde de Raad de boete met 5% wegens overschrijding van de beslistermijn van dertien weken. De eerdere uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister werden vernietigd, de boete vastgesteld op €32.300 en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €32.300 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.