ECLI:NL:CRVB:2009:BK4530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Betrokkene 1 ontving bijstand sinds 1988 als alleenstaande ouder. Na een onrechtmatig huisbezoek in 2005 en een daaropvolgend onderzoek besloot de gemeente Purmerend de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met betrokkene 2, zonder melding daarvan.
De rechtbank vernietigde dit besluit deels, met name vanwege het onrechtmatige huisbezoek en onvoldoende feitelijke grondslag voor de gezamenlijke huishouding vóór 2005. De Raad bevestigt dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat de bevindingen daarvan niet gebruikt mogen worden, maar oordeelt dat het vervolgonderzoek wel rechtmatig was en mag worden betrokken.
De Raad stelt vast dat er onvoldoende bewijs is dat betrokkene 1 en 2 van 1988 tot 2005 een gezamenlijke huishouding voerden, maar dat vanaf 1 mei 2005 wel sprake was van een gezamenlijke huishouding zonder melding, waardoor intrekking en terugvordering over die periode gerechtvaardigd zijn.
Verder oordeelt de Raad dat betrokkene 1 geen zorgbehoefte had die een uitzondering op de terugvordering zou rechtvaardigen. De Raad vernietigt het besluit over de periode 1988-2005 en herroept het, en beveelt nieuwe besluiten op bezwaar te nemen. Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over 1988-2005 worden vernietigd, intrekking vanaf 2005 bevestigd, en appellant veroordeeld in proceskosten.