ECLI:NL:CRVB:2010:BO2987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onrechtmatig verblijf zonder schending EVRM artikel 8
Appellanten, afkomstig uit Armenië, vroegen in 2008 bijstand aan terwijl zij niet rechtmatig in Nederland verbleven. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling en wees deze later af op grond van de koppelingsregeling in de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellanten onder de koppelingsregeling vallen en dat het onderscheid naar nationaliteit verenigbaar is met internationale non-discriminatiebepalingen. Het beroep op het IVRK, het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten werd verworpen, omdat deze verdragen geen afdwingbare aanspraken op bijstand bieden.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, aangezien appellanten een normaal gezinsleven konden uitoefenen: zij woonden met hun kinderen in één huis, de kinderen gingen naar school en de kosten van levensonderhoud werden gedekt door een stichting. De weigering van bijstand was in redelijkheid in balans met de publieke belangen. De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onrechtmatig verblijf zonder schending van artikel 8 EVRM.