ECLI:NL:CRVB:2012:BX5807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over loonsanctie en re-integratie-inspanningen Wet WIA
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beslissing van het UWV om een loonsanctie van 52 weken op te leggen aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van een werknemer volgens de Wet WIA. De rechtbank had de loonsanctie bekort wegens het te laat afgeven van het besluit door het UWV, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat de werknemer op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) benutbare mogelijkheden had en dat de werkgever daarom inspanningen had moeten verrichten gericht op het tweede spoor. Het betreft een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting, zodat een positief resultaat niet vereist is. De rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ondersteunen dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren zonder deugdelijke grond.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de rechtbank ten onrechte de loonsanctie heeft bekort vanwege de te late besluitvorming door het UWV. Volgens de wet zijn de gevolgen van vertraging bij het nemen van het loonsanctiebesluit alleen relevant als de tekortkoming alsnog is hersteld. Omdat de werkgever geen herstelmelding heeft gedaan, was er geen aanleiding voor het UWV om het besluit aan te passen.
Het hoger beroep van de werkgever wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De loonsanctie blijft daarmee volledig van kracht.
Uitkomst: De loonsanctie van 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen blijft onverkort van kracht.