ECLI:NL:CRVB:2014:1824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WGA-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 12 september 2006. Het UWV heeft deze uitkering herzien per 1 oktober 2007 en over de periode tot 1 juni 2010 een bedrag van €77.387,70 teruggevorderd omdat appellante geen melding maakte van haar werkzaamheden en inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan, mede op basis van verklaringen van appellante en informatie van de FIOD. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onterecht gebruik maakte van FIOD-informatie en dat de terugvorderingsperiode en het bedrag onjuist waren vastgesteld.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV bevoegd was om het inkomen schattenderwijs vast te stellen en dat appellante geen concrete, verifieerbare gegevens had overgelegd die de schatting konden weerleggen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €77.387,70 wordt bevestigd.