ECLI:NL:CRVB:2016:1819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.H.M. van de Ven
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-huidig hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant ontving sinds 1979 bijstand en stond sinds 30 september 2009 ingeschreven op een uitkeringsadres. Het college voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand, waaronder dossieronderzoek, buurtonderzoek, en analyse van water-, gas- en elektriciteitsverbruik. Op basis van deze bevindingen trok het college de bijstand in en vorderde de kosten terug, omdat appellant niet op het opgegeven adres zijn hoofdverblijf had.
Appellant voerde aan dat hij wel op het adres woonde, maar veel afwezig was en een sobere levensstijl had die het lage waterverbruik verklaarde. Ook beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel vanwege een eerdere niet-gehonoreerde intrekking in 2006. De Raad oordeelde dat het extreem lage waterverbruik en andere onderzoeksresultaten niet stroken met het hoofdverblijf van appellant op het uitkeringsadres. Getuigenverklaringen waren onvoldoende concreet en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-huidig hoofdverblijf op het opgegeven adres.