ECLI:NL:CRVB:2016:3106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A. Stehouwer
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenverplichting bevestigd met boetematiging
Betrokkene ontving sinds 2004 bijstand volgens de WWB. Na onderzoek naar zijn verblijf in het buitenland en financiële situatie concludeerde appellant dat betrokkene onvoldoende inzicht gaf in ontvangen middelen en levensonderhoud, wat leidde tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten.
De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende bewijs van ander inkomen dan bijstand. Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkene zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van ontvangen bedragen en onvoldoende inzicht te geven.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende inzicht had verschaft, dat periodieke betalingen van derden als middelen gelden, en dat de intrekking en terugvordering terecht waren. De opgelegde boete werd echter gematigd tot €1.180,- vanwege gewone verwijtbaarheid en draagkracht van betrokkene.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen intrekking ongegrond, en het beroep tegen de boete gegrond, waarbij de boete werd verlaagd. Appellant werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, boete gematigd tot €1.180,-