ECLI:NL:CRVB:2019:633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Boete en intrekking bijstand wegens niet opgegeven woning in buitenland en onduidelijke financiële situatie
Appellante ontving bijstand en viel onder een gemeentelijk onderzoek naar vermogen in het buitenland. Uit onderzoek bleek dat zij een woning in Turkije bezat die niet was gemeld, en dat zij langer dan toegestaan in het buitenland verbleef. Het college trok bijstand in en legde een boete op wegens het niet melden van vermogen en verblijf.
De rechtbank vernietigde de boete deels en stelde deze lager vast, maar wees het beroep tegen afwijzing van een nieuwe aanvraag af. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij niet beschikte over de woning en dat het onderzoek discriminerend was.
De Raad verwierp de bezwaren, oordeelde dat appellante wel degelijk over de woning kon beschikken, en bevestigde de intrekking van bijstand. De boete werd verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag wegens normale verwijtbaarheid. De afwijzing van de nieuwe aanvraag wegens onduidelijke financiële situatie werd bevestigd.
Uitkomst: Boete verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag en intrekking bijstand bevestigd; afwijzing nieuwe aanvraag gehandhaafd.