Uitspraak
19 1558 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 20 juni 2016 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg aanvankelijk in 2007 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV in 2008 werd afgewezen omdat zij naar oordeel meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. In 2015 vroeg zij opnieuw een beoordeling aan vanwege verslechtering van haar psychische aandoeningen. Het UWV kende toen een Wajong-uitkering toe met ingang van de aanvraagdatum 17 november 2015, maar verklaarde bezwaar ongegrond omdat volgens hen geen reden was om terug te komen op het eerdere besluit uit 2008.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene recht had op een Wajong-uitkering vanaf 1 januari 2011, omdat de beperkingen toen waren toegenomen, en vernietigde het UWV-besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak echter omdat de rechtbank onjuiste rechtsregels toepaste. De Raad stelt dat het verzoek tot terugkomen op het besluit van 2008 terecht is afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, en dat de aanvraag van 2015 als een nieuwe aanvraag moet worden beoordeeld volgens het toen geldende recht.
De Raad volgt de deskundige en het UWV in de conclusie dat de beperkingen ten tijde van de eerste aanvraag juist zijn ingeschat en dat de verslechtering na 2011 niet leidt tot een aanspraak op een Wajong-uitkering met ingang van die datum. De toekenning vanaf 17 november 2015 is correct. Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.