Uitspraak
21.3847 AKW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is in 2020 met haar gezin verhuisd naar Oeganda en heeft haar kinderen uitgeschreven uit de Nederlandse basisregistratie. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft daarop de kinderbijslag verlaagd naar 40%, het kostenniveau van Oeganda, conform het woonlandbeginsel uit artikel 12, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Appellante voerde aan dat zij een fictieve woonplaats in Nederland heeft en dat het woonlandbeginsel niet van toepassing zou moeten zijn op haar situatie als uitgezonden ambtenaar. Ook stelde zij dat de woonlandfactor onjuist is berekend omdat regionale verschillen in Oeganda niet zijn meegenomen. De rechtbank Amsterdam en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verwierpen deze bezwaren en bevestigden de verlaging.
De Raad overwoog dat de wetgever bewust geen uitzondering maakt voor uitgezonden ambtenaren en dat het woonlandbeginsel juist is bedoeld om uitkeringen af te stemmen op het lokale kostenniveau. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen bilateraal verdrag met Oeganda bestaat. De berekening van de woonlandfactor op basis van koopkrachtpariteitscijfers van de Wereldbank werd als objectief en passend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt, de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de kinderbijslag naar het kostenniveau van Oeganda wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.