ECLI:NL:CRVB:2023:2109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging woonlandfactor Frankrijk voor vaststelling buitenlandbijdrage Zvw 2018
Appellant, woonachtig in Frankrijk, betwistte de juistheid van de woonlandfactor die het CAK gebruikte voor het vaststellen van zijn buitenlandbijdrage Zvw over 2018. Het CAK had de bijdrage vastgesteld op basis van de woonlandfactor 0,9262, zoals opgenomen in bijlage 4 van de Regeling zorgverzekering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de woonlandfactor terecht is toegepast. De Raad benadrukt dat de berekeningswijze van de woonlandfactor is gebaseerd op artikel 69 van Pro de Zvw en artikel 30 van Pro Verordening 883/2004, waarbij alleen de gemiddelde zorguitgaven uit hoofde van de Zvw en Wlz worden meegenomen.
Appellant voerde aan dat niet alle zorgkosten in Nederland zijn meegenomen en dat eigen bijdragen in Frankrijk niet zijn meegenomen, maar de Raad wijst dit af. De rechter mag de wet niet toetsen aan algemene rechtsbeginselen en er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Ook is geen onjuistheid gebleken in de berekening van de woonlandfactor voor Frankrijk.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot vaststelling van de buitenlandbijdrage op basis van de woonlandfactor Frankrijk blijft in stand.