ECLI:NL:CRVB:2023:2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Tozo-bijstand wegens niet-gemelde verhuurinkomsten
Appellante, een singer-songwriter die door de coronapandemie geen optredens meer had, ontving Tozo-bijstand. Zij genereerde inkomsten via particuliere verhuur van een camper en een chalet, maar meldde deze niet aan het college. Na een onderzoek op basis van een anonieme melding trok het college de bijstand over meerdere maanden in, herzag deze over andere maanden en vorderde een bedrag van €9.156,73 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij de inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat zakelijke en verwervingskosten op de inkomsten in mindering hadden moeten worden gebracht. De Raad oordeelde echter dat de inlichtingenverplichting uit de Participatiewet onverkort geldt en dat inkomsten uit particuliere verhuur als inkomen moeten worden gemeld.
Verder stelde de Raad vast dat de verhuur buiten de onderneming viel, waardoor zakelijke kosten en verwervingskosten niet in mindering konden worden gebracht. Het hoger beroep werd afgewezen, de intrekking, herziening en terugvordering van de bijstand bleven in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking, herziening en terugvordering van de Tozo-bijstand blijft in stand.