Appellant ontving bijstand en had in zijn woning een professionele hennepkwekerij zonder dit te melden aan het college. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank handhaafde de intrekking en matigde de boete wegens verminderde verwijtbaarheid.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen inkomsten had uit de kwekerij en dat een reclasseringsmedewerker op de hoogte was, maar de Raad oordeelde dat de kwekerij professioneel was en dat appellant de melding had moeten doen. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ondanks zijn slechte sociale en medische situatie.
De Raad matigde de boete verder met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn van bijna vijf jaar. De intrekking en terugvordering van de bijstand blijven in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht omdat hij zelf geen beroep deed op termijnoverschrijding.