Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
BESLISSING
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Ziektewet
[…]
[…]
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat centraal of het UWV met het besluit van 16 maart 2023 de Ziektewetuitkering van een ex-werknemer correct heeft voortgezet in lijn met een eerdere uitspraak van de Raad. De Raad concludeert dat het UWV niet heeft voldaan aan de opdracht om een nieuwe medische en arbeidskundige beoordeling uit te voeren, zoals vereist na eerdere uitspraken van 9 augustus 2022 en 22 februari 2023.
De Raad stelt vast dat het oorspronkelijke onderzoek naar de hand- en vingerfunctie van de werknemer onvoldoende was en dat het UWV niet heeft onderzocht of andere passende functies zonder belastingen op hand- en vingergebruik beschikbaar waren. Hierdoor is het besluit van 16 maart 2023 onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De Raad draagt het UWV op binnen vier weken het gebrek in het besluit te herstellen door alsnog een nieuwe beoordeling te verrichten, waarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen van de werknemer. Het UWV moet hiermee het belang van de werkgever (appellante) adequaat betrekken.
De uitspraak benadrukt dat hoewel de Ziektewetuitkering niet met terugwerkende kracht kan worden beëindigd, onrechtmatig handelen van het UWV jegens de werkgever mogelijk is. De Raad wijst op het belang van zorgvuldige en goed gemotiveerde besluitvorming, zeker bij eigenrisicodragerschap.
Tot slot bevestigt de Raad dat het UWV verantwoordelijk blijft voor het nemen van een nieuw besluit dat voldoet aan de eerdere uitspraken, waarmee de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen vier weken het besluit te herstellen door een nieuwe beoordeling van de arbeidsongeschiktheid uit te voeren.