Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld in 2009 op 35-45% arbeidsongeschiktheid. Hij verzocht meerdere keren om herziening vanwege vermeende toegenomen klachten en een nieuwe diagnose fibromyalgie, maar het UWV wees deze verzoeken af wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende toename van beperkingen.
Na een medisch onderzoek in Thailand en beoordeling door verzekeringsartsen, concludeerde het UWV dat er geen sprake is van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen en dat de toegenomen klachten niet leiden tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees ook verzoeken om schadevergoeding af.
Appellant voerde in hoger beroep onder meer schending van het gelijkheidsbeginsel aan en betwistte de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, maar de Raad stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig en conform het Verdrag met Thailand is uitgevoerd. De Raad concludeert dat het UWV terecht het besluit handhaafde en dat er geen grond is voor schadevergoeding of benoeming van een onafhankelijke deskundige.