Appellant heeft een aanvraag om bedrijfskapitaal ingediend op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), welke door het dagelijks bestuur is afgewezen omdat appellant geen zelfstandige is. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, waar de zitting voortijdig werd beëindigd vanwege het maken van geluidsopnamen zonder toestemming. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onrechtmatig handelde door de zitting vroegtijdig te beëindigen en dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de hoorzitting omdat de uitnodiging naar het woonadres in de Basisregistratie Personen (BRP) was gestuurd in plaats van het correspondentieadres. De Raad oordeelde dat de rechtbank bevoegd was de zitting te beëindigen en dat het dagelijks bestuur verplicht was de uitnodiging naar het in de BRP geregistreerde woonadres te sturen, conform de wettelijke bepalingen.
Verder stelde appellant dat het dagelijks bestuur onzorgvuldig had gehandeld en dat hij recht had op het bedrijfskapitaal. De Raad vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als zelfstandige kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd afgewezen. Wel werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €250 voor rekening van het dagelijks bestuur en €250 voor de Staat. Verzoeken tot vergoeding van gederfde inkomsten en proceskosten werden afgewezen.