Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Gerechtshof Amsterdam
De heffingsambtenaar legde op 23 december 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan belanghebbende wegens parkeren zonder betaling aan de Vaartkade te Zaandam. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de naheffingsaanslag handhaafde, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze beslissing.
Tijdens het hoger beroep stond centraal of de parkeerbelasting voldoende kenbaar was voor belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende duidelijk had gemaakt dat er parkeerbelasting verschuldigd was, mede doordat belanghebbende meerdere borden en parkeerautomaten op zijn aanrijroute was gepasseerd. Ook werd benadrukt dat belanghebbende een eigen onderzoeksplicht had om na te gaan of er betaald moest worden.
Het Hof bevestigde deze beoordeling en vond dat de borden op de aanrijroute duidelijk genoeg waren, ook in de avonduren gezien de aanwezige straatverlichting. De door belanghebbende aangevoerde onduidelijkheid van één bord en het ontbreken van borden direct bij de locatie deden hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.