Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- De aanslag zal verminderd worden naar het bedrag conform de ingediende aangifte erfbelasting met een zuiver saldo nalatenschap ad € 237.039;
- Met betrekking tot de immateriële schadevergoeding, daar komt mijn collega nog op terug.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van de rechtbank
Ontvankelijkheid beroep
5.Beoordeling van het hoger beroep
b) In aanmerking te nemen termijn
Hof] niet meetelt voor de bepaling van de redelijke termijn in hoger beroep. Daartoe heeft het Hof overwogen dat het gaat om vergoeding van immateriële schade die wordt geleden door de spanning en frustratie die een belanghebbende ondervindt in de procedure met betrekking tot het geschil over de belastingheffing dat hem en de Belastingdienst verdeeld houdt. Naar het oordeel van het Hof is met de uitspraak in de hoofdzaak aan de door belanghebbende ondervonden spanning en frustratie een einde gekomen en eindigt de in aanmerking te nemen termijn derhalve op het moment waarop die uitspraak is gedaan. Voor zover de klachten zijn gericht tegen dit oordeel falen zij, omdat dit oordeel juist is (…)."
6.Proceskosten en griffierechten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart belanghebbende ontvankelijk in het beroep;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt de inspecteur tot een vergoeding aan belanghebbende van immateriële schade van € 3.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de wettelijke rente over het reeds uitbetaalde deel van deze vergoeding van immateriële schade, te weten € 2.000, vanaf vier weken na de uitspraak op bezwaar van 28 februari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van wettelijke rente over het aanvullende deel van deze vergoeding, te weten € 1.500 vanaf vier weken na de openbaarmaking van deze uitspraak in hoger beroep tot aan de dag van algehele voldoening;
- wijst af het verzoek tot toekenning van een dwangsom;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten voor beroep en hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 2.362,50;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van wettelijke rente over deze proceskosten vanaf vier weken na de openbaarmaking van deze uitspraak in hoger beroep tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van wettelijke rente over de proceskosten voor bezwaar, te weten € 492 vanaf vier weken na de uitspraak op bezwaar van 28 februari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;
- draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht voor de rechtbank en het Hof van in totaal € 174 aan belanghebbende te vergoeden; en
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de wettelijke rente over de griffierechten vanaf vier weken na de openbaarmaking van deze uitspraak in hoger beroep tot aan de dag van algehele voldoening.
www.rechtspraak.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.