Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Afbeelding matrix]
Doel en aanleiding van het onderzoek
n= WG
tx (1 + g
t)n-t.
4.WOZ-erfpachtcorrectie
7.Conclusies en aanbevelingen
3.Geschil in (incidenteel) hoger beroep
4.4. Beoordeling van het geschil
Zijn de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar?
voetnoot 3 rechtbankuitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2018:8714] heeft de heffingsambtenaar echter niet aannemelijk gemaakt dat de berekeningsmethodiek voor de erfpachtcorrectie juist is. Dat betekent dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. De beroepsgrond van eiseres slaagt.
voetnoot 4 rechtbankuitspraak:: ECLI:NL:HR:2005:AO9006], geldt dat – behoudens bijzondere omstandigheden die hier niet aan de orde zijn – de berechting van een zaak door de rechtbank niet binnen een redelijke termijn geschiedt indien de rechtbank niet binnen twee jaar nadat de termijn is aangevangen, uitspraak doet, waarbij de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar mag duren. De termijn vangt in beginsel aan op het moment dat verweerder het bezwaarschrift ontvangt.
griffier: ECLI:NL:GHAMS:2019:2555]. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie ongegrond verklaard. Het door belanghebbenden in hoger beroep ingebrachte rapport van 19 september 2019, ‘Erfpachtcorrectie van verkoopcijfers in Amsterdam in het kader van de Wet WOZ’ van Francke en Van der Schans brengt mij niet op andere gedachten; het rapport beschouwt de gemeente als een advies. Het klopt dat dit rapport de uitkomst is van een onderzoek dat de gemeente heeft laten verrichten en waaraan in rechtsoverweging 5.2.16 van eerdergenoemde Hofuitspraak wordt gerefereerd. Naar aanleiding van de rechtbankuitspraak hebben wij om een onderzoek gevraagd. Aan het rapport gaat de gemeente gevolg verbinden met ingang van 1 juli 2019; de nieuwe berekeningsmethode geldt voor transacties vanaf 1 juli 2019. Maar dit kan naar mijn mening niet afdoen aan het feit dat de methode die nu bij het Hof voorligt een deugdelijke methode is bevonden; de gemeente heeft daar geen afstand van genomen. Met andere woorden: wij konden en mochten voor het onderhavige jaar de methode toepassen, zoals die geldt voor het jaar 2017. Ik herhaal in dit verband dat in de oude methode tal van keuzes in het voordeel van een belanghebbende uitwerken. Het rapport van 19 september 2019 houdt geen finale afrekening in met de ‘oude’ methode. Het gaat in het nieuwe rapport overigens om redelijk kleine verschillen.
5.5. Kosten
6.6. Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 1.602, en
- bepaalt dat van de heffingsambtenaar een griffierecht wordt geheven van € 519.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.