Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 23 oktober 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
€ 2.596
€ 2.390
Oordeel van de Rechtbank
De schending van het hoorrecht
gekozenvoor de zogenoemde opting-in regeling. Deze keuze maakt dat deze inkomsten worden aangemerkt als inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking, hetgeen óók betekent dat geen recht op kostenaftrek bestaat. Nu deze beperking van de kostenaftrek 1-op-1 samenhangt met de (vrijwillige) keuze van eiser voor de opting-in regeling, treft alles wat eiser in dit verband heeft aangevoerd over de diverse anti discriminatie-regelingen, artikel 4:84 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) en de redelijkheid en billijkheid, geen doel. Het in dit verband gedane beroep op het vertrouwensbeginsel treft ook geen doel, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder enige uitlating heeft gedaan of handeling heeft verricht op grond waarvan eiser redelijkerwijs het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat bij toepassing van de opting-in regeling bijgaande kosten in aftrek kunnen worden gebracht als kosten uit overige werkzaamheden. Een dergelijke toezegging of uitlating is gesteld noch gebleken. Het enkele volgen van aangiften voor eerdere en/of latere jaren is daartoe onvoldoende.