ECLI:NL:GHDHA:2025:2236
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag bpm na controle taxatierapport en DRZ-rapport
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen na registratie van een gebruikte Audi A3. De Inspecteur baseerde de naheffing op een DRZ-rapport dat een hogere handelswaarde en lagere schadecorrectie vaststelde dan het door belanghebbende overgelegde taxatierapport. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag en voerde meerdere formele en materiële bezwaren aan, waaronder schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel en onrechtmatigheid van de DRZ-controle.
De Rechtbank oordeelde dat het taxatierapport gebreken vertoonde en niet als bewijs kon dienen, dat de DRZ-controle rechtmatig was en dat naheffing na het belastbaar feit toegestaan is. Tevens werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 3.062 en werd belanghebbende immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof deze uitspraak. Het hof verwierp de formele bezwaren over de bevoegdheid tot controle en het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Het hof oordeelde dat het DRZ-rapport als partijdeskundigenrapport kan worden gebruikt en dat de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld op basis van de werkelijke waarde van het voertuig. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de naheffingsaanslag bpm gehandhaafd blijft op € 3.062.