ECLI:NL:GHDHA:2025:2466
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en geen schending toezendplicht
Belanghebbende is eigenaar van een parterre portiekwoning die voor het belastingjaar 2022 is gewaardeerd op €299.000. De heffingsambtenaar heeft bezwaar tegen deze waardering ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betreft de vraag of de heffingsambtenaar de toezendplicht heeft geschonden door niet alle gebruikte gegevens te verstrekken en of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Het hof overweegt dat de heffingsambtenaar geen gebruik maakt van bepaalde waarderingsfactoren zoals KOUDV- en liggingsfactoren, en dat de verstrekte gegevens voldoende zijn. De vergelijkingsobjecten zijn passend gekozen en de waarde is aannemelijk gemaakt.
Belanghebbende kon geen nieuwe feiten of argumenten aandragen die het oordeel van de rechtbank zouden wijzigen. Het hof oordeelt dat de toezendplicht niet is geschonden en dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en dat geen schending is van de toezendplicht.